De Conflictbevrijder van Nederland

Moed.
Conflict vraagt moed.
Niet de moed om je hard op te stellen.
Maar de moed om aanwezig te blijven terwijl je bang bent, boos bent of het liefst zou verdwijnen.
Moed wordt vaak verwisseld met dapperheid. Met groot zijn. Met niet bang zijn.
Maar moed is iets anders.
Moed is toch bewegen, ook al ben je bang.
Moed is blijven ademen als het ijskoud is van binnen.
Moed is trouw zijn aan de liefde die je bent, ook als er iemand tegenover je staat die dat niet wil.
En soms... is moed heel stil. Geen woorden. Geen actie. Alleen maar: jezelf niet verliezen.
Mijn eigen begrip van moed haalde ik niet uit een boek, maar uit een ervaring die mijn leven veranderde.
Het mes
Het is voorjaar 1992. Ik ben achter in de twintig en verliefd. Hij is binnen de kortste keren bij me ingetrokken. Die avond ga ik, ondanks zijn verbod - dat ik niet serieus nam - toch weg voor mijn werk. Als ik thuiskom, zit hij in het donker.
Terwijl ik het licht aandraai loopt hij naar de keuken. Even later staat hij in de deuropening, Zijn handen eerst nog op zijn rug, met daarin - blijkt even later - mijn eigen keukenmes.
Ik voel het metaal op mijn keel. Ik kijk naar zijn ogen, maar zie hem er niet in. Hij is er niet.
Ik besef: dit is mijn einde.
En dan - ik weet niet hoe anders ik het moet omschrijven - kiest er iets in mij.
Niet voor vechten. Niet voor smeken. Niet voor bevriezen.
Een stem in mij zegt: zo ga jij niet sterven. Niet in angst.
Ik sluit mijn ogen. Ik richt mijn aandacht volledig op mezelf en begin hardop te bidden. Ik begeleid mijzelf naar het hiernamaals. (Waar kwam dat vandaan?) Hij verdwijnt uit mijn bewustzijn - niet omdat ik hem wegdruk, maar omdat ik me volledig op mezelf focus.
Dan voel ik een luchtverplaatsing.
Als ik mijn ogen open, zit hij in elkaar gezakt voor mijn voeten op de grond.
Hij huilt als een dier.
Het mes ligt naast hem.
Ik leef nog.
---
Twee jaar later, tijdens een meditatieweekend, begrijp ik wat er die avond was gebeurd.
Niet mijn gebed had hem doen omslaan - hij verstond geen Nederlands.
Het was de energie. En de stilte misschien. Het niet-doen.
Door niet te reageren vanuit angst, en mij volledig op liefde te richten, doorsneed ik - zonder het te weten - de dynamiek tussen ons. Wat er precies gebeurde, weet ik niet. Maar het was alsof hij ontwaakte uit de psychotische toestand waarin hij, begreep ik later, zat.
Dat veld van non-agressie - zo zou ik het later leren noemen - is fundamenteel aanwezig.
Het valt niet te creëren. Het is er al. Het is onze diepste natuur. Die we - allemaal dus - kunnen belichamen.
Maar dat vraagt moed.
De wieg
Chögyam Trungpa, een grote boedhistische leraar en een van mijn grote inspiratiebronnen, schrijft in The Letter of the Black Ashe: “That mind of fearfulness should be put in the cradle of loving-kindness.”
Die zin heeft me nooit meer losgelaten.
Je bange geest niet wegdrukken. Niet proberen te verslaan. Niet overtuigen dat hij het mis heeft.
Maar in een wieg leggen.
En benaderen met liefdevolle vriendelijkheid.
Maitri heet dat: onvoorwaardelijke vriendelijkheid naar jezelf. Niet als sentimenteel gebaar, maar als innerlijke daad van moed.
Want de grootste angst - zo leert de boeddhistische psychologie, en ik weet het uit eigen ervaring - is vaak niet de angst voor de ander of de situatie. Het is de angst voor je eigen rauwe binnenste. Voor wat je voelt als je echt kijkt. En je volledig openstelt voor wat er is, voorbij hoop en vrees.
Angst is geen zwakte. Het is onze overlevingssoftware. Heel nuttig als er werkelijk gevaar is. Maar daarbuiten nutteloos.
Als je nooit leert je onnodige angst in die wieg te leggen - haar te erkennen en liefdevol te kalmeren - dan stuurt diezelfde angst je leven. Je relaties. Je conflicten.
Dan blijf je vermijden. Of vechten. Of heen en weer schieten tussen die twee.
Als jij niet kiest, kiest de angst voor jou.
De moed om open te blijven
Trungpa had het over twee soorten mensen: lafaards en krijgers.
Hij gebruikte dus nogal scherpe taal voor wat er gebeurt als angst de leiding neemt. Niet om te veroordelen, maar om ons wakker te schudden.
We kunnen ons laten leiden door twijfel en angst. Dan passen we ons aan. Trekken ons terug. Verharden. Verliezen de hoop dat het anders kan. Dat is de makkelijkste optie, met de akeligste gevolgen. Maar we kunnen ook oefenen in krijgerschap. Geen krijgerschap van zwaarden en pantsers, maar van open blijven. Van aanwezig zijn. Van de werkelijkheid recht in de ogen kijken zonder ons af te sluiten.
Dat is niet naïef. Het beschermt ook.
Het Shambhala-boeddhistische pad gaat over het cultiveren van dat verlichte krijgerschap. Over vertrouwen op fundamentele goedheid: het besef dat we ten diepste gedragen worden in liefde. Over de kracht van non-agressie.
Wat niet betekent dat moedige mensen - krijgers - geen angst kennen, maar dat ze weten dat ze meer zijn dan die angst.
Die avond in 1992 wist ik nog niets van Trungpa. Ik had nog nooit van Shambhala of de Visie op de Verlichte Samenleving gehoord. Maar iets in mij kende het al. Toen ik de teachings hoorde, herkende ik ze meteen als waar.
Ik had het zelf ervaren. En juist daarom kon ik dit diepe inzicht in de werkelijkheid ten volle omarmen.
Wat moed te maken heeft met conflicten
Bij conflicten draait het uiteindelijk altijd om moed.
De moed om je eigen angst te zien - en haar niet als leidraad te nemen.
De moed om je kwetsbaarheden niet te verbergen achter gelijk willen hebben.
De moed om te luisteren als je liever wil schreeuwen.
De moed om eerlijk te zijn, ook als de waarheid weerstand oproept.
In de Vrijplaatsmethode is moed geen eigenschap.
Het is een houding die je kunt leren.
Stap voor stap.
Conflict voor conflict.
Niet door je angst te overwinnen, maar door haar in een wieg te leggen.
En dan te kijken wat er dan, vanuit die rust, mogelijk wordt...
---
Deze ervaring werd de bron van alles wat ik later ontwikkelde.
Wil je weten hoe ik werk?

De Vrijplaatscoach. Van Conflict naar Groei
Bickersgracht 272, 1013 LH Amsterdam
KvK: 537 49 375 | BTW: NL 0018 3298 5B95
